DE NOORD - ZUID TOER door het midden van IJsland

Deze toer start op het meest noordelijk gelegen eilandje van IJsland, te weten: Grimsey. De poolcirkel loopt dwars over dit kleine eiland. Een kleine visserij gemeenschap leeft op dit eiland (ca. 120 mensen). Voor toeristen: er is één (gezellig) "guesthouse". Het eiland is langwerpig van vorm in een noord-zuid richting. Het westelijk deel is min of meer vlak en daar wonen de mensen. Naar het oosten loopt het heuvel op tot aan de zee waar steile kliffen de kustlijn vormen. Hier broeden soorten als alken, zeekoeten en noordse stormvogels. Papegaaijduikers zijn ook algemeen. In de grazige vlaktes langs de westkust broeden veel noordse sterns, watersnippen en zangvogeltjes als tapuiten. Er zijn twee manieren om daar te komen, te weten met vliegtuig vanaf Akureyri en met de veerboot. Wie in het voorjaar (mei) de veerboot neemt kan mooie besneeuwde berghellingen waarnemen langs de fjord (Eyafjörður) die noordwaarts vanaf Akureyri loopt.

De volgende stop is Ásbyrgi. Dit is een merkwaardig hoef-vormige formatie van cliffen in het noord-oosten van IJsland (ten oosten van Húsavik). In tegenstelling tot de meeste landschapsformaties op IJsland is dit niet direkt maar indirekt door vulkanisme ontstaan. Een onvoorstelbaar giga vloed van de Jökulsá á fjöllum rivier volgend op een vulkanische ontploffing onder de Vatnajökull ijskap waardoor grote hoeveelheden ijs en sneeuw direkt smolten leidde tot extreme erosie krachten die de hoefvormige afgrond gemaakt heeft. De rand is het overblijfsel van wat eens een grote waterval was. Volgens de Viking mythologie, is Ásbyrgi gevormd door Sleipnir, het paard van de god Óòinn. In het basin dat ligt onder en tussen de cliffen ligt een langwerpig "eiland" - een heuvelrug dat de vloed heeft weerstaan. Het basin ligt beschermd door de cliffs van de hoefvorm en het eiland waardoor daar gunstige omstandigheden voor plantengroei zijn: berkenbossen met lijsterbessen en aanplant van naaldbomen.

Vervolgens zakken we af richting Mývatn. Maar eerst maken we een paar tussenstoppen bij de watervallen van de Jökulsá á fjöllum rivier. Deze rivier ontspringt vanaf de Vatnajökull ijskap en stroomt noordwaarts waarbij het het meer Mývatn ca. 25km oostwaarts passeert. Tussen de passage Mývatn en de kust (Ásbergi) loopt de rivier door een kloof waar het een aantal watervallen doorloopt. De kloof is gevormd door zowel vulkanische aktiviteit en watererosie. Dettifoss is de meest bekende waterval vnhet gebied en is ook de grootste waterval op IJsland (voor wat betreft waterafvoer). In de kloof kan men vreemde rots formaties van basalt vinden. Basalt-kolom formaties kunnen hier waargenomen worden.

Nu komen we bij Mývatn. De naam heeft betrekking op meer (vatn is IJslands voor meer). De sedimenten in het meer zijn gunstig voor de larven van (steek-)vliegjes (Mý). Als voedsel vormen zij de ecologische basis voor een zeer rijk vogelleven ( zie de achtergrondspagina over het vogelleven op IJsland). Het Mývatn gebied is echter niet alleen interessant voor vogelaars. Ook voor geologen is het gebied bijzonder interessant. Het landschap staat bol van vulkanen, aardbreuken, recente lava-stromen, hete bronnen, enz. Er zijn twee nederzttingen waar toeristen onderdak kunnen vinden, te weten Skútustadir en Reykjahliò. Skútustadir ligt langs de zuidelijke kust. Hier kan men vele pseudo-craters zien. Elders langs de kust kan je ook pseudocraters vinden maar bij Skútustadir zijn ze erg gemakkelijk benaderbaar. Pseudo kraters lijken op kleine vulkanen maar zij zijn het niet. Ze zijn gevormd door lava-stromen die in water vloeiden. Door de hitte en het water ontstonden explosies die de pseudokraters gevormd hebben. Bij Skútustadir ligt het onderzoeksstation. Reykjahliò, echter is interessanter als uitvalsbasis voor excursies. Het ligt langs de noord-oostkust van het meer. Valkbij ligt de explosie-kraterr Hverfjall. Veel lava strome kan men rond Reykjahlid waarnemen. Sommigen zijn relatief jong (zoals de lava formaties rond de noordkust) terwijl anderen aanmerkelijk ouder zijn, bv. de spectaculaire formaties van Dimmuborgir net ten zuiden van de Hverfjall krater. Aan de andere van de heuvels bij Reykjahlid ligt het beroemde hete bronnengebied Námafjall. Hier ligt een veld vol met fumarolen en modderpotten. Al wandelend langs de oost-kust van Mývatn kan men vele breuken, sommigen met heet water, en volkanische kraterrijen tegenkomen. En toch heeft Mývatn ook een vriendelijke zachtaardige kustzoom. Behalve dan de noordkust waar recente lava's vooral Pahoehoe type helemaal tot het meer lopen, bestaat de kustzoom vooral uit berkenstruwwel, moerasland en weides. Vooral het zuid-westelijk deel - waar het meer uitstroomt in de Laxá rivier is het landschap zachtaardig. Mývatn draagt dus extreem grote tegenstellingen in zich: van het extreem minerale tot het organsiche.

De centrale hooglanden zijn de gebieden tussen en rond de grote IJskappen Langjökull, Hoffsjökull en de Vatnajökull, alsook de meer bij de kust gelegen Mýrdalls- /Eyjafjallajökull. Deze gebieden bestaan vooral uit woeste woestijn-achtige landschappen met her en der verspreidde vulkanen De bodems bestaan vooral uit vulkanisch as met vaak een laag grind bovenop. Versperid komen lava ruggen voor en puimsteen is ook algemeen te vinden. Veel van het land lijkt volledig ontdaan van vegetatie. Wie echter goed kijkt ziet dat er vele plantensoorten groeien. Het zijn echter allemaal dwergvormen van soortgenoten die je elders ook kan vinden. Alles bijelkaar is het duidelijk dat de omstandigheden voor plantengroei bijzonder slecht zijn. Redenen zijn de slecht ontwikkelde bodems, de winderosie (stofstormen komen algemeen voor) en de koele zomertemperaturen. Desalniettemin zijn er beschutte plaatsen waar de vegetatie redelijk tot ontwikkeling komt met interessante plantensoorten. ( Nýidalúr een dal langs het Sprengisandur spoor is een goed voorbeeld). Het smeltwater van de ijskappen/gletschers vormen op sommige plaatsen moerassen. Ten zuiden van de Hoffsjökull ligt het Þjórsarver moeras. Dit moeras herbergt de grootste broedkolonie van de kleine rietgans. Een geologisch erg interessant gebied ligt aan de noordrand van de van de machtige Vatnajökull ijskap/gletscher. Dit is het Kverkfjöll gebied. Hier, warm water uit hete bronnen onder de ijskap stromt uit een ijsgrot in het ruige land ten noorden van deze ijskap. Al klimmend op de gletscher kom je plotseling tussen het ijs solfatera's tegen en verder op ook een geothermisch-verwarmd water midden in de ijskap. Kverkfjöll is dus met recht het land van ijs en vuur.

Het Veðivötn meren gebied ligt tussen de Sprengisandur hooglandroute en het Landmannalaugar gebied. Het bestaat uit vele meren en is populair bij IJslands sportvissers. De vele scheuren in de aarde en kleiene kraters in het gebied maken duidelijk dat je midden in de hoofdbreukzone zit van IJsland.

Landmannalaugar is wel het meest fascinerende gebied van IJsland. Het wordt bepaald door rhyoliet bergen (een zure weinig vloeibare lavatype) and hete bronnen. Rhyoliet bergen zijn bijzonder kleurrijk: geel en cobalt-groen zijn vaak de kleuren van de gesteentes van de bergen. Van hier kan men een 3/4 daagse wandeltour maken naar Thorsmörk. Het berglandschap bij Landmannalaugar is waarlijk adembenemend.

De Hekla vulkaan wordt wel de Koningin van de IJslandse vulkanen genoemd. Het ligt op de westelijke rand van de oostelijke vulkanische zone ligt. Het is een actieve vulkaan (op twee na de actiefste op IJsland) die al zo'n 18 keer uitgebarsten is sinds de Vikingen er waren. Het een strato-vulkaan, maar anders dan de meeste strato vulkanan kent het geen centrale lava schacht mar barst het uit via een ZW-NO gelegen spleet. Door haar aktviteit is het landschap erom heen een ruig gebied van lava, vulkanisch as enz.

Thorsmörk ligt in het zuiden van IJsland ruwweg tussen Landmannalaugar en de kust. Tussen Thorsmörk en de kust ligt nog het ijskappen/gletscherskomplex Mýrdalsjökull / Eyafjallajökull. Twee riviersystemen bepalen het gebied: de Markarfljöt en de zijrivier de Krossá. Het dal van de Krossá is relatief nauw. Het westelijke (stroomafwaarts) deel van de Markarfljöt is een heel brede vallei geheel bestaand uit riviergrind en keien met een vlechtwerk van waterstromen. Hoewel dicht bij zee is de Markarfljöt hier nog een echte snelstromende bergrivier. Ten oosten van Húsadalur stroomt de Markarfljöt door een nauwe kloof . Het gebied is moielijk te bereiken: alleen de sterkste 4-wheel drive auto's met hoge as-bases kunnen Thorsmörk bereiken. De dalen kennen verschillende beschutte plekken waar de vegetatie zich goed kan ontwikkelen. Zo zijn er op verschillende plaatsen goed ontwikkelde berkenopstanden met aangeplante pijnbomensoorten langs de hellingen.


Skaftafell is een nationaal park in zuid IJsland. Het gebied staat bekend voor zowel haar relatief warme klimaat (de lente begint er vroeg voor IJslandse begrippen) en tegelijk door de gletschers die her en der vanaf de Vatnajökull ijskap naar benneden glijden. Vanaf de heuvels van Skaftafell kan men uitkijken over de Skeiðarársandur - een uitgebreide onbegroeide zand/grind kustvlakte waarop ook wel begroeide duintjes en moerasjes op voorkomen (maar die zijn van de hoofdweg niet te zien). Een bijzonder effekt van vulkanische uitbarstingen die plaatsvinden onder de ijskap speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van deze vlakte. Wanneer onder het ijs een vulkansche uitbarsting plaats vindt dan worden enorme hoeveelheden water gesmolten die dan onder de ijskap door zijn weg naar beneden zoekt. Dit kan aanvankelijk tot een enorme stuwmeer onde het ijs leiden. Wanneer dit uitbreekt zijn de krachten gigantisch. IJsblokken zo groot als huizen worden meegesleept in een ziedende vloedgolf. De laatste keer dat dit gebeurde werd de hoofdweg nr 1(die erop gebouwd was grote hoeveelheden vloedwater te weerstaan) aan barrels geslagen. .In het IJslands heten dit verschijnsel Jökullhaups. De vulkanen die daarvoor verantwoordelijk zijn liggen in het westelijk deel van de Vatanajökull. Meer naar het westen ligt een vergelijkbare zandvlakte de Mýrdallssandur (de Katla vulkaan under the Mýrdallsjökul - ijskap - veroorzaakt hier de Jökullhaups). Het Jökulsarlón is een beroemde gletscher lagune ten oosten van Skaftafell. Vanaf de Breiðamerkurjökull gletsjer uitstromend van deVatnajökull ijskap vallen kontinu grote brokken ijs in het meer dat via een nauwe uigang afwatert naar zee. Het gezicht op al die ijsblokken is bijzonder.