Achtergondsinformatie over het plantenleven op IJsland

Een ieder die IJsland bezoekt zal de schoonheid van het ruige landschap bewonderen. Sommigen zullen zich echter afvragen waarom de vegetatie op IJsland zo arm ontwikkeld is. Laat ik eerst zeggen wat ik met arm bedoel.
Het betekent:
* Het aantal soorten is vrij laag;
* Praktisch geen bossen, struiken blijven laag;
* Veel woestijnachtige gebieden.
Het betekent echter niet dat IJslands vegetatie oninteressant zou zijn, integendeel zelfs!

Laag aantal soorten
Het begin van de eerste ijstijden van het pleistoceen betekende tegelijk het einde van alle naaldbomen op Ijsland (m.u.v. de jeneverbes). Voor die eerste ijstijd waren er naast de naaldbomen ook nog verschillende soorten loofbomen waardoor gekonkludeerd wordt dat voor de ijstijden het klimaat warmer is geweest als tegenwoordig. De ijstijden hebben voor geheel Europa al tot gevolg gehad dat vele plantensoorten uitstierven. Anders dan op het Noord-Amerikaanse continent lopen de belangrijke bergketens in Europa in een West-Oost richting (Pyrreneeën, Alpen, Karpaten) . Dit betekende dat sommige plantensoorten met het kouder worden zich niet zuidwaarts konden terugtrekken maar in de val kwamen tussen de oprukkende afkoeling uit het noorden en de bergketens. Na een ijstijd echter vindt toch herstel plaats door soorten die het wel overleefd hebben. IJsland ligt echter ver weg op de oceaan en, afhankelijk van de verspreidingswijze van de verschillende soorten, dus moeilijk bereikbaar. Dit is een reden waarom het aantal plantensoorten op IJsland relatief laag is. Van sommige soorten wordt echter gedacht dat zij de ijstijden mogelijk oveleefd hebben op IJsland zelf.. Dit zou hebben kunnen gebeuren op zogenaamde nunataks; dat zijn rotsen (bergen) die uitsteken boven de ijspakken die geheel IJsland bedekten. Zulke "vluchtplaatsen voor planten" bestaan tegenwoordig ook nog op IJsland. Zo rijst boven de grote IJskap Vatnajökull een bergtop uit genaamd de Esjufjöll. Er moeten hier zo'n 80 verschillende plantensoorten op voorkomen.. Een voorbeeld van een plant die mogelijk op een nunatak de ijstijden uitgezeten heeft is het Vlammend kartelblad ( Pedicularis flammea). Als gezegd keerden veel soorten terug na de laatste ijstijd. Pollen onderzoek heeft aangetoond dat de Dwerg berk ( Betula nana) de noordkust van Schotland zo'n 13 duizend jaar geleden bereikte en IJsland zo'n 10 duizend jaar geleden.

Praktisch geen bossen, struiken blijven laag
Toen de eerste vikingen IJsland aandeden vonden zij een eiland dat voor éénderde bedekt was met berkenbos. Tegenwoordig is slechts 1 à 2 procent bedekt met de Zachte berk ( Betula pubescens). Deze berken zijn zelden hoger dan 2 meter wat de aanduiding "boom" relativeert (de soort komt ook elders veel voor, bv. Nederland, waar zij meestal uitgroeien tot zo'n 20 meter!). De Viking kolonisten waren verantwoordelijk voor de grote schaal van houtkap voor brandstof, aanleg van weide en bouwmateriaal. Zij waren zich er niet van bewust dat de hergroei van de zachte berk bij lange na niet zo vlot verloopt als in het vaste land van Scandinavië en de grote gevolge voor erosie van het landschap die de kap met zich mee bracht. Het lijkt er zelfs op dat de zachte berk al om natuurlijke redenen onder druk stond voordat de Vikingen arriveerden. Tegenwoordig zijn IJslanders zich veel bewuster van het grote probleem van de erosie en probeert men te herbebossen waar mogelijk. Hiervoor woorden verschillende naaldbomen getest en gebruikt. Echter, de oppervlakte van bos is nog uiterst klein. Erosie is nog steeds een belangrijk probleem en andere plantensoorten worden gebruikt om dit te bestrijden. De meest gebruikten zijn de Alaskische lupine ( Lupinus nootkatensis) and Zandhaver soorten (Leymus spp). De zandhaver lijkt de enige plantensoortdie in de hooglanden iets kan doen tegen de erosie.

Veel woestijn-achtige gebieden
Er is niet één reden waarom er grote gebieden op IJsland zijn die maar zeer spaarzaam begroeid zijn.
Berg screes: Hiervoor bestaat geen Nederlands woord, hetgeen waarschijnlijk te maken heeft met het gegeven de Nederlanders geen bergcultuur hebben. Met "screes" worden berghellingen bedoeld (vaak vrij steil) die geheel bestaan uit losse stenen en groot grint. Een ieder die door IJsland gereisd heeft zal ze gezien hebben. Zij zijn ontstaan uit snelle verwering van door bevriezing van water in poreuze gesteentes. Hierop groeit niets.
> Droogte: Het is nauwelijks te geloven dat IJsland, liggend middenin de natte stormachtige gedeelte van de Atlantische oceaan tem aken heeft met droogte. Toch is het voor sommige gebieden het geval. Het is het gevolg van het feit dat in het zuiden grote IJskappen (Vatnajökull en Mýrdallsjökull/Eyjafjallajökull) voorkomen terwijl in het westen ook grote ijskappen (Langjökull en Hoffsjökull) voorkomen, wat meer land-inwaarts. Daardoor spoelen vochtige luchtmassa's vanuit het zuidwesten vlot uit in het zuiden en boven de ijskappen (stijgende luchtmassa's) maar is boven het hoogland achter de ijskappen (dalende lucht massa's) erg droog. Door de overwegend zuid-westen winden valt er dus veel regen en sneeuw in het zuiden (1500 mm en nog meerboven ijskappen) en weinig in de binnenlanden ten noorden en ten oosten van de ijskappen (minder dan 400 mm!). Een typische plant die overal op IJsland gevonden kan worden maar in deze ruige gebieden sterk opvalt is de Stengelloze silene ( Silene acaulis). De droogte houdt ook in dat er s'winters maar weinig sneeuw valt. Dit leidt tot zandstormen die uitermate schadelijk zijn voor plantengroei. In dat verband is het duidelijk dat een typische strandplant als het Zandhaver het meest geschikt is om de erosie te proberen te stoppen (zie boven). Sneeuwbedden die ontstaan op beschutte plaatsen zijn dan plekken waar planten goed kunnen overwinteren. In de laaglanden heersen compleet andere omstandigheden met extreem milde natte winters als men het vergelijkt met gebieden op min of meer gelijke breedtegraden (Siberië, Alaska).
> Vulkanische activiteit: Vulkanische activiteit is levert een belangrijke bijdrage aan het feit dat zoveel gebieden spaarzaam begroeid zijjn. In de tephra, een mix van puim en as uitstoot van vulkanische uitbarstingen, is het extreem moeilijk voor planten om zich te vestigen (gebrek aan sommige voedingselementen, geen organisch materiaal, slechte waterhuishouding van de grond). Gegeven de winteromstandigheden in de hooglanden betekent het dat alleen de meest geharde soorten kunnen overleven. Waar er veel rotsen voorkomen is de Zode steenbreek (Saxifraga caespitosa) kenmerkend terwijl op de zand/as gebieden de Eénbloemige silene (Silene uniflora) kenmerkend is met zijn cirkelvormige groeipatroon.

Terug naar de start pagina van "De Natuur van IJsland"
Go to the English version of the "Natural History of Iceland"