Vogelleven op IJsland

Achtergrondsinformatie over het vogelleven op IJsland

IJsland ligt in het noord-Atlantisch gebied net onder de poolcirkel. Het ligt ook net tussen het Amerikaanse kontinent en het Europese kontinent. Dit heeft gevolgen voor welke vogels daar voorkomen. Zo broeden er enkele echte Amerikaanse op IJsland en is IJsland een belangrijke tussenplaats in de trek van Groenlandse/Noord-Oost Canadese broedvogels die overwinteren in Europa (het kontinent, de Britse eilanden en IJsland zelf). Er nog twee andere faktoren die van essentieel belang zijn om te het vogelleven op IJsland te begijpen. Ten eerste hebben de laaglanden van het zuiden en westen van IJsland zeer milde winters. De januari temparaturen van Reykjavik zijn te vergelijken met die van Rotterdam! Het gevolg is dat er wintergasten voorkomen die je absoluut niet zou verwachten in deze noordelijke gebieden. Een van de meest opvallende wintergasten is de ons zo vertrouwde reiger. Deze komt gedurende het broedseizoen en in de rest van de zomer niet voor op IJsland maar in de winter trekken reigers van Noorwegen naar IJsland om te overwinteren! Er zijn meerdere vogelsoorten die dit gedrag vertonen. Door de koele zomers en het nagenoeg ontbreken van bossen zijn de omstandigheden voor veel zangvogels uiterst ongunstig. Het aantal algemeen voorkomende zangvogels is dan ook laag. Omdat IJsland een eiland is heeft het uiteraard een lange kustlijn. Zowel zeevogels die broeden op relatief vlakke kustgebieden als diegenen diegenen die op kliffen broeden komen dus ruimschoots aan hun trekken. Tenslotte is het Mývatnmeer het neusje van de zalm wanneer men het over broedgebieden van watervogels in Europa heeft. De betekenis van dit meer is waarschijnlijk het beste te vergelijken met het hele waddengebied van West Europa! Helaas heeft de werkgelegenheid van circa 200 mensen tot gevolg dat dit meer naar de knoppen gaat....

Zeeklifvogels. Meeuwen & verwanten, Watervogels, Vogels van woeste gebieden, Moerasvogels, Zangvogels, (Door-)trekvogels

Vogels van zeekliffen
Voor de meeste toeristen die IJsland bezoeken zijn de broedkliffen het meest interessant. In grote aantallen kunnen deze vogels bewonderd worden waarbij toeristen vaak de vogels tot dichtbij kunnen benaderen. De vogels voelen zich op hun loodrecte kliffen veilig. Zelfs eeuwen-durende eierenraperij door IJslanders hebben ze niet buitensporig schuw gemaakt!
Een nauw verwante groep vogels die op de kliffen aangetroffen kunnen worden zijn de alkachtigen. De steile kliffen worden veel bezocht door de gewone zeekoet ( Uria aalge) en de nauw verwante dikbekzeekoet ( Uria lomvia) (een noordlijke variant van de zeekoet; beide broeden op IJsland). Op hoger gelegen delen van de kliffen tref je de nesten van de alk ( Alca torda) aan. De populaire papegaaiduiker (Fratercula arctica) broedt in zelf-gegraven holtes op de grens van rots en gras-bodems. Omdat de papegaaijduikers zich op de rand van de kliffen en graslanden bij de ingangen van de broedholen ophouden en zich daarbij niet snel laten weg jagen zijn zij een makkelijk object om gefotografeerd te worden door huis-tuin-en-keuken fotografen. De malle kopjes geven ze ook nog een hoog aaibaarheidsfaktor! Geen wonder dat de kombinatie: makkelijke benaderbaar + malle kopjes deze vogelsoort zo populair maakt. De zwarte zeekoet ( Cepphus grylle) , komt ook algemeen voor (met name in het Breiðafjörður gebied), en broedt in holtes in lagere kustlijnen.
Andere vogels zijn ook karakteristiek voor de kliffen. Dit zijn de drieteenmeeuwen ( Rissa tridactyla) en de noordse stormvogel ( Fulmarus glacialis) . De 3-teenmeeuwen broeden alleen op kust-kliffen terwijl de noordse stormvogel ook vrij ver landinwaarts wil broeden, soms op bergen die ver boven het zeenivo uittorenen. Noordse stormvogels lijken veel op meeuwen maar het zijn echte stormvogels! kuifaalscholvers ( Phalocrocorax aristotelis) en Jan van Genten ( Morus bassanus) zijn ook broedvogels van klifkusten. Kuifaalscholvers komen meer algemeen voor in het westen (Snaefellssness and Breiðafjörður) terwijl de Jan van Genten vooral langs de zuidkust, oost- en noordoostkusten te zien zijn.
Er zijn veel plaatsen waar je deze kliffen kan bewonderen. Heel bekend zijn de Vestmannaeyar (kleine eilandjes ten zuid-oosten van Reykjavik), Arnarstapi op het Snæfellsnes schiereiland (vooral 3-teenmeeuwen), het Breiðafjörður gebied (ga naar Stykkisholmur, zie ook de zwarte zeekoet op het eiland Flatey. Het Breiðafjörður gebied is ook beroemd om de zeearend ( Haliaeetus albicilla) . Verreweg het beroemste gebied is de broedklif Latrabjarg, gesitueerd op het meest zuidelijke schiereiland van het westelijke fjorden gebied. Andere interessante plaatsen zijn het Grimsey eiland ten noorden van de noordkust van IJsland/Akureyri en in het zuiden van IJsland: Ingo en Dyrhólaey. Deze lijst is echter alles behalve kompleet!

Zeeklifvogels. Meeuwen & verwanten, Watervogels, Vogels van woeste gebieden, Moerasvogels, Zangvogels, (Door-)trekvogels

Meeuwen en verwante vogels
Een groot aantal meeuwensoorten leven op IJsland. De 3-teenmeeuw is de enige klifbroeder (zie boven). Alle andere broeden in kolonies, met name in de laaglanden en moerassen van het zuiden. Net als in Nederland is de kokmeeuw (Larus ridibundus) de grootste opportunist. Het is een algemeen voorkomende soort in heel Europa die zich sterk kan aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Hij kan zeer goed gebruik maken van de overblijfselen van die mensen achterlaten. Derhalvezie je deze soort ook in de hooglanden in de buurt van menselijke nederzettingen en activiteiten (toeristen). Maar ook veel andere meeuwensoorten kunnen zich makkelijk aanpassen. Op IJsland zijn algemeen: de zilvermeeuw (Larus argentatus) , de grote burgemeester ( Larus hyperboreus) , de stormmeeuw (Larus canus) , de grote mantelmeeuw ( Larus marinus) en de kleine mantelmeeuw (Larus fuscus) . Er is een speciaal punt wat betreft meeuwen op IJsland. Dit betreft de hybridisatie van de zilvermeeuw en de grote burgemeester. De zilvermeeuw is pas vrij recent gesettled op IJsland. Zij is toen direct gaan hybridiseren met de de grote burgemeester, terwijl tegelijkertijd in andere gebieden waar beide soorten al lang samenkomen (Canada) dit niet gebeurt. Broedende zuivere vormen van de grote burgermeester worden zeldzaam en komen alleen nog langs de westkust van IJsland voor. Er zijn ook niet-broedende wintergast-meeuwen. Dit zijn de uit Groenland en Canada overkomende kleine burgemeester (Larus glaucoides) en de hoog-arctische ivoormeeuw (Pagophila eburnea).
Nauw verwant zijn de sterns en jagers. De noordse stern ( Sterna paradisaea) komt heel veel voor en broedt met name langs grazige kustgebieden (campings!). Twee jagers zijn ook algemene broedvogels, te weten de grote jager ( Stercorarius skua) en de kleine jager (Stercorarius parasiticus) . De grote jager broedt vooral op de grote kale zandgebieden van de zuidkust. (Skeiðarársandur), terwijl de kleine jager wijdverspreid langs de kust broedt.

Zeeklifvogels. Meeuwen & verwanten, Watervogels, Vogels van woeste gebieden, Moerasvogels, Zangvogels, (Door-)trekvogels

Watervogels
Algemene watervogels op IJsland behoren of tot de eendenfamilie (incl. zwanen en ganzen) of tot de nauwverwante families van de futen en duikers. Vaak denkt men bij watervogels aan zoetwatervogels. De eidereend (Somateria mollissima)) is echter een vogel die uitsluitend voorkomt in en langs zeekusten waar zij zich voeden met allerlei lagere dieren. Andere eenden als de zwarte zeeëend (Melanitta nigra) , de ijseend (Clangula hyemalis) en de harlekijneend (Histronicus histronicus) broeden in/bij zoetwatergebieden maar zoeken na de broedtijd de zeeën op. Ook de duikers vertonen dit gedrag.
Op veel verschillende plaatsen kan men watervogels bewonderen maar werkelijk uniek is het meer Mývatn. Bij dit meer broeden meer eendensoorten dan waar ook in Europa. Algemene grondeleenden die men aan kan treffen zijn de smient (Anas penelope) , krakeend (Anas strepera) en wintertaling (Anas crecca) .
Algemeen voorkomende duikeenden zijn de kuifeend (Aythya fuligula) , de toppereend (Aythya marila) , de ijseend (Clangula hyemalis) , de IJslandse brilduiker (Bucephala islandica) en de zwarte zeeëend (Melanitta nigra) . Waar het meer uitstroomt in de Laxá rivier is de Harlekijn eend (Histrionicus histrionicus) algemeen. Deze lijst is echter allesbehalve van kompleet. Een uitvoerige site over het Mývatn meer wordt onderhouden door het Biologisch Station van Mývatn .
In de laaglanden broeden zowel de wilde zwaan (Cygnus cygnus) en de grauwe gans (Anser anser) , de laatste is meer algemeen dan de eerste. In de hooglanden broedt de kleine rietgans Anser brachyrhynchus in begroeide moerasgebieden (vaak aangeduid als hoogland-oasen). Recentelijk echter, lijkt het broedgebied van de rietgans steeds meer uit te breiden naar de laaglanden hetgeen mogelijk samenhangt met habitat-vernietiging van de hoogland oases. Andere ganzensoorten zijn doortrekkers van Groenland naar Europa.
Het Mývatn meer huist ook broedende kuifduikers (Podiceps auritus) (een fuut-achtige) die elders op IJsland vrij zeldzaam zijn. Twee echte duikers worden verspreid op IJsland gevonden als broeder. Dit zijn de ijsduiker (Gavia immer) , een Amerikaanse soort, en de roodkeelduiker (Gavia stellata)). .

Zeeklifvogels. Meeuwen & verwanten, Watervogels, Vogels van woeste gebieden, Moerasvogels, Zangvogels, (Door-)trekvogels

Vogels van woeste gebieden
Vanuit een ecologisch oogpunt is de alpemsneeuwhoender (Lagopus mutus) een essentiële schakel in de voedselketen van IJsland. Het voedt zich voornamelijk met bessen, zaden en knoppen van planten en is tegelijkertijd de belangrangrijkste prooi voor foofdieren als de giervalk (Falco rusticolus) de sneeuwuil (Nyctea scandiaca), - deze is vooral een wintergast - en de poolvos omdat er geen lemmingen voorkomen op IJsland. De alpensneeuwhoender is een populaire vogel bij jagers als gevolg waarvan zij tamelijk schuw zijn in de meeste gebieden. Waar het verboden is om op ze te jagen zijn ze tamelijk tam. Dit is het geval op het eiland Hrisey (nabij Akureyri) en in het Skaftafell Nationaal Park. In de heide gebieden broeden nogal wat steltvogels die eigenlijk als moerasvogels aangeduid zouden kunnen worden (zie ook de volgende paragraaf). Klein maar opvallend is de goudplevier (Pluvialis apricaria) . Omdat er veel heidegebieden zijn zijn ze algemeen. Ook algemeen zijn grotere steltvogels in heidegebieden als de regenwulp (Numenius phaeopus) en de grutto (Limosa limosa) . Deze vogels worden ook in moerassen en natte graslanden gevonden. Voor wat betreft zangvogels in woeste gebieden zie de specifieke sectie over zangvogels.

Zeeklifvogels. Meeuwen & verwanten, Watervogels, Vogels van woeste gebieden, Moerasvogels, Zangvogels, (Door-)trekvogels

Moerasvogels (steltlopers)
Behalve de vogels van de kliffen en zeevogels als meeuwen en stormvogels worden de kuststreken nog door veel andere soorten bezocht, met name steltlopers in moerasachige gebieden. Uiteraard komen ze ook voor in meer binnenlands gelegen moerassen. Een van hen is de watersnip (Gallinago gallinago) . Deze houdt zich met name op in ongemaaide graslanden. Een van de meest opmerkelijke eigenschappen van dit dier is het trillende geluid dat het voortbrengt in de baltsvlucht. Dit wordt gemaakt door de slagpennen van de buitenste staartveren. Op de grond probeert het zich onzichtbaar te maken in het ruige gras dat uitstekend cammoufleert. De watersnip is een midelgrote steltloper/waadvogel net als de scholekster (Haematopus ostralegus) . Deze zwart-witte vogel met rode snavels, poten en ogen is een luidruchtige, onderling vrij aggressieve vogel die een hoge "peet'apeet " roept - een andere Nederlandse ervoor is ook bonte piet. Nog niet genoemd zijn de kleinere soorten. Algemeen komt voor de bontbekplevier (Charadrius hiaticula) , de bonte stranloper (Calidris alpina) , de paarse stranloper (Calidris maritima) , de steenloper (Arenaria interpres) , en de grauwe franjepoot (Phaleropus lobatus) . De steenloper is niet echt een broedvogel maar vooral een doortrekker naar Groenland. Echter tot eind mei verblijven vele vogels langs de noordkust van IJsland en komen ook weer snel terug in september. De grauwe franjepoot ziet men veel op zoetwater, zelfs vrij ver landinwaarts, tijdens het broedseizoen maar trekt na de broed naar de oceaan. Het is een interessant vogeltje om waar tenemen hoe het insectjes vangt. Daartoe zwemt het in cirkeltjes waarbij het waterinsectjes samendrijft. Het is een weinig schuw vogeltje.

Zeeklifvogels. Meeuwen & verwanten, Watervogels, Vogels van woeste gebieden, Moerasvogels, Zangvogels, (Door-)trekvogels

Zangvogels
In aanmerking nemende de geografische ligging van IJsland, zo ver weg van de grote continenten is het niet onlogisch dat het aantal zangvogels niet erg groot is. Ook het klimaat en vooral de arme vegetatie spelen daar ook een rol in. Vele groepen die op het kontinent door veel verschillende soorten vertegenwoordigd worden als de (riet-)zangers en mezen komen op IJsland niet voor. Uiteraard zijn er altijd waarnemingen van zeldzame dwaalgasten, maar elke vogelaar kan aangeven dat zowat elke vogelsoort zowat overal op aarde wel eens gezien kan worden. Het begrip "komt niet voor" is dus relatief. Omdat het soortenaantal laag is wordt het wel overzichtelijk!

De drie meest voorkomende insectenetende vogels zijn de tapuit (Oenanthe oenanthe) (vooral in ruige gebieden), de witte kwikstaart (Motacilla alba) (zowel in bewoonde gebieden als in wilde gebieden, vaak in de buurt van water) en de graspieper (Anthus pratensis) (in veel verschillende habita's). Vanwege hun afhankelijkheid van insecten moeten zij voor de winter wegtrekken naar Zuid-Europa en/of Afrika. Andere insecten eters die wel eens gezien worden zijn de huiszwaluw ende giervalk. Voor zover ik weet bestaan er geen broedpopulaties

Generalisten zijn vogels die een gevariëered aanbod van voedsel gebruik kunnen maken. Algemeen op IJsland zijn de spreeuw (Sturnus vulgaris) (vooral rond menselijke nederzetingen/steden), de koperwiek (Turdus iliacus) (houdt van bomen: vooral in tuinen maar ook in berkenstruweel), en de winterkoning (Troglodytes troglodytes) (berkenstruweel). Omdat deze vogels s'winter over kunnen schakelen op voedsel bronnen als bessen en knoppen kunnen enkele overwinteren. Wintekoninkjes zijn inderdaad jaarrondvogels. Veel individuen van de spreeuw en koperwiek trekken wel zuidwaarts maar enkele blijven over. Spreeuwen die niet op IJdsland broeden komen ook naar IJsland om te overwinteren net als twee andere generalisten die niet op IJsland broeden: de kramsvogel en de merel! Koperwieken maken maar een korte migratietocht: naar de Britse eilanden.

Gespecialiseerde zaadeters voeden hun kuikens altijd eerst met insecten omdat zij nog geen zaad kunnen verdragen. Dit moet even opgemerkt worden over zangvogels die als zaadeters aangemerkt worden. Op IJsland komt veel voor de sneeuwgors (Plectrophenax nivalis) (in alle wilde gebieden van IJsland, het heeft voorkeur voor rots/steenrijke gebieden) en de barmsijs (Carduelis flammea) (een vogel van met name berkenstruweel, aangeplante bossen en boomrijke nederzettingen). Net als de generalisten komen zaadeters ook in de winter voor aangezien er geen dwingende reden is om te vertrekken. Migratie vindt wel plaats maar is soms komplex. Tijdens de winter komen op IJsland barmsijspopulaties uit Groenland over terwijl de meeste IJslandse broedvogels vaak/soms naar Brittannië trekken. De barmsijs is maar een klein vogeltje en net als de winterkoning is het gevoelig voor koude winters. Andere minder algemene zaadetende zangvogels zijn de keep (Fringilla montifringilla) en de vink (Fringilla coelebs). Beide zijn zeldzame broeders en wintergasten .

Een vierde groep zangvogels vormen de kraaiachtigen. Hoewel men deze als generalisten pur-sang kan aanduiden kunnen ze vanwege hun grootte en de sterk oppurtunische leefwijze apart beschouwd worden. Tot op zekere hoogte zijn het zelfs roofvogels, aas wordt zeker niet geschuwd. De enige "echte" IJslands kraaiachtige is niet de minste: de raaf (Corvus corax) , de grootste en meest roof-vogelachtige van het stel. Zij maken opmerkelijk ook gebruik van thermiek zoals buizerden doen: zweven in cirkels waarbij hoogte gewonnen wordt. De raaf komt overal voor op IJsland, vaak ook rond nederzettingen vanwege afval. Andere kraaiachtigen die men soms kan zien zijn de roek (Corvus frugilegus), de bonte kraai (Corvus corone ssp. cornix) en de kauw (Corvus monedula). Ze zijn echter zeldzaam (dwaalgasten).

Zeeklifvogels. Meeuwen & verwanten, Watervogels, Vogels van woeste gebieden, Moerasvogels, Zangvogels, (Door-)trekvogels

Hier komen de trekvogels

Terug naar de startpagina van "De Natuur van IJsland"
Terug naar de startpagina van de "Vogels van IJsland" sectie
Ga naar de startpagina van de "Flora van IJsland" sectie
Ga naar de startpagina van de "Landschapsfotografie van IJsland" sectie
Go to the English version of the "Natural History of Iceland"