Over de vegetatie van IJsland   surftip

Karakteristieke eigenschappen, ecologie en geschiedenis van de natuur:

5) Invloed van en herstel na ijstijden

Introductie -- De Nunatak theorie -- Vogels -- Wind, zee en ijsbergen -- Konklusies -- top

Introductie

Gegeven haar noordelijke ligging mag het duidelijk zijn dat IJsland gedurende de ijstijden bedekt is geweest met een dik pak ijs. Een ander punt om te bedenken is dat IJsland op grote afstand ligt van de continenten Amerika en Europa. Dit bemoeilijkt het herstel van de vegetatie. Tenminste als je er van uitgaat dat planten uitsterven gedurende een ijstijd. En dat is niet (helemaal) waar. Dus gaan we hier de verschillende manieren waarop hervegetatie plaats kan vinden doornemen.

Er zijn verschillende theorieën over hoe de vegetatie van IJsland zich herstelde na de laatste ijstijd (de "jonge Dryas", die eindigde ongeveer 11000 jaren geleden) Dit zijn:

  • De nunatak theorie: planten overleven de ijstijden
  • Vogels verspreiden zaden
  • Wind verspreidt zaden
  • IJsbergen/zee verspreiden zaden


Introductie -- De Nunatak theorie -- Vogels -- Wind, zee en ijsbergen -- Konklusies -- top

De nunatak theorie

Allereerst, wat is een nunatak? Het is een ijsvrij gebied in een gletsjerlandschap. Meestal is dit een berg dat uitsteekt boven de gletsjers die naar beneden "stromen" maar onder bijzondere omstandigheden zou het ook een relatief vlak landschap kunnen zijn. Het woord stamt af van de Groenlandse Inuït.
De laatste grote ijstijd wordt de Weichsel ijstijd genoemd (voor noord-west Europa, dezelfde ijstijd heeft ook andere namen die gebruikt worden in andere regio's zoals het alpengebied of Amerika). Deze ijstijd begon ongeveer 110 duizend jaar geleden en eindigde (min of meer) zo'n 11,700 jaar geleden. Geleidelijke opwarming begon al ongeveer 25 duizend jaar geleden. Echter, in de laatste 15 duizend jaar zijn er nog drie korte felle koude periodes geweest (kleine ijstijden). Deze worden de oudste, de oude en de jonge Dryas genoemd. De periodes ertussen - interstadialen - waren warme periodes en worden genoemd de Bølling en de Allerød interstadia. De laatste koude periode, de jonge Dryas, duurde van 12,900 jaar tot 11,700 jaar geleden. Daarna stegen de temperaturen snel tot de huidige waarden.
In de jaren '90 van de vorige eeuw is onderzoek gedaan naar het voorkomen van pollen in de sedimenten van een meer in noord IJsland. In een wetenschappelijk artikel bespreken de onderzoekers de resultaten en konkluderen dat een groot aantal soorten de jonge Dryas overleefd hebben op IJsland via nunataks. Bovendien speculeren zij (Rundgren & Ingólfsson (1)) dat ook veel soorten de grote Weichsel ijstijd overleefd hebben op IJsland omdat ook die ijstijd tussendoor enkele warmere periodes hebben gekend. Ook andere experts hebben op de betekenis van nunataks gespeculeerd, maar dit onderzoek zou de theorie bevestigen.
Er zijn echter twee problemen:
1) In de eerste pagina over de Vegetatie van IJsland is vermeld dat één van de opmerkelijke eigenschappen van de IJslandse flora is het gebrek aan endemische soorten. Als de flora van IJsland zich niet steeds had hoeven herstellen door hervestiging van soorten uit Europa maar zich makkelijk kon herstellen door overleving van soorten op nunataks dan zou het aantal IJsland-specifieke populaties veel groter moeten zijn dan ze is.
2)Ik heb een probleem met de tijdopgaves in het artikel van deze auteurs. Door C14 datering hebben ze vastgesteld dat de lagen waarin zij pollen vonden varieerden van 11,200 tot 9000 jaar geleden. Zij geven aan dat die oudste lagen in het midden van de jonge Dryas lag terwijl alle andere bronnen die ik tegengekomen ben zeggen dat de jonge Dryas eindigde 11,700 dan wel 11,500 jaar geleden. Het is dan aannemelijk dat hun vondsten alleen betrekking hebben op de situatie na de laatste ijstijd (als je de jonge Dryas al een ijstijd zou willen noemen). De planten die de pollen geproduceerd hadden kunnen heel goed (toenmaals) recent gevestigde planten uit Europa geweest kunnen zijn!
Dit betekent niet dat de nunatak theorie in zijn geheel verworpen moet worden. Zeker niet! Zelfs heden ten dage groeien plantjes op nunataks op IJsland en elders. Bijvoorbeeld op de Esjufjöll berg die in zuid IJsland hoog boven de Vatnajökull uit stijgt groeien vele plantensoorten.


Introductie -- De Nunatak theorie -- Vogels -- Wind, zee en ijsbergen -- Konklusies -- top

Vogels verspreiden zaden

Trekvogels die broeden op IJsland (of doortrekkers naar nog noordelijker streken) zullen onbedoeld zaden van vooral Europa ingevoerd hebben (de huidige routes van trekvogels lopen van Afrika via de Britse eilanden naar IJsland en eventueel door naar Groenland/noord Kanada, dan wel van de Britse eilanden naar Groenland/noord Kanada). Aangenomen wordt dat vooral waterplanten zich zo gevestigd hebben.


Introductie -- De Nunatak theorie -- Vogels -- Wind, zee en ijsbergen -- Konklusies -- top

Wind verspreid zaden;
Zee verspreid zaden;
IJsbergen verspreiden zaden;

Vederlichte zaden kunnen makkelijk grote afstanden afleggen door de wind. Zo kan men speculeren dat berkenzaden op die manier IJsland bereikt zouden kunnen hebben bij het afsluiten van de laatste i.e. een ijstijd. Het was bekend dat de dwergberk (Betula nana) tijdens de jonge Dryas voorkwam in het zuidelijkste puntje van Noorwegen en Schotland. Al ca. 10duizend jaar geleden - net na de jonge Dryas - was de soort al wijd verbreid over het hele noord Atlantische gebied (t.m. Groenland). De Rundgren & Ingólfsson studie liet zien dat het al 11duizend jaar geleden op IJsland voorkwam. Zij verklaren dit met de nunatak theorie, maar zoals ik hierboven uitgelegd heb is dit niet zeker. Een curieus punt blijft dat de IJslandse flora zo "Europees" is terwijl de overheersende windrichting Zuid-West is (waarmee veel meer zaden vanuit Amerika zouden moeten komen).

Het is bekend dat veel zaden van landplanten vele jaren kiemkracht behouden als ze in zee ronddobberen. Het idee dat zaden door transport over zee IJsland bereikt zouden hebben heeft hetzelfde probleem als de "wind" theorie: de Atlantische golfstroom loopt ook van zuidwest naar noordoost, zodat zaden van - zeg Schotland - naar Noorwegen drijven. Dus dit zou ook een groot nadeel zijn voor de Europese soorten.

In het verleden is wel gesuggereerd dat ijsbergen afgebroken zijn van zuid Scandinavië bij het begin van de opwarming en dat deze zaden gebracht hebben naar IJsland. Dit idee is in de prullenbak gegooid toen duidelijk werd dat de Atlantische Golfstroom in die tijd hetzelfde was als nu (ijsbergen konden IJsland niet bereiken vanuit zuid Scandinavië). Recentelijk is het idee naar voren gekomen dat bij de opwarming ijsbergen van noord Noorwegen wel IJsland hadden kunnen bereiken. Een ieder die tegenwoordig baaien bezoekt in noord IJsland treft vaak vele boomstammen aan bij de zeereep. De bomen - is bekend - hebben geleefd in Siberië en de dode stammen zijn over zee door de stromingen via de arctische wateren/stromen op noord IJsland aangespoeld. Het is goed mogelijk dat ijsbergen van noord Noorwegen ingevangen zijn door deze zeestromen en dus op IJsland terecht hebben kunnen komen. Mogelijk hebben deze ijsbergen zaden getransporteerd vanuit Europa.


Introductie -- De Nunatak theorie -- Vogels -- Wind, zee en ijsbergen -- Konklusies -- top

Konklusies

Waarschijnlijk heeft het herstel van de vegetatie na de ijstijden plaats gevonden door verschillende manieren. De nunataktheorie is populair, maar misschien niet zo belangrijk als vaak wordt gesuggereerd. Het feit dat IJsland zo weinig endemen kent laat zien dat soorten steeds weer hun weg terugvonden naar IJsland gedurende de ijstijden en de interstadialen van de laatste miljoenen jaren. Dat zou ook kunnen gelden voor de laatste kleine ijstijd, de jonge Dryas.


In een paar pagina's worden kenmerken ervan doorgenomen:
1)  introductie
2)
 Is de flora Amerikaans of Europees?
3)  De belangrijkste vegetatietypen
4)  Regionale verschillen in de flora
5)  Invloeden van de ijs tijden en het herstel na de laatste ijstijd (deze pagina)

(1) Plant Survival in Iceland during periods of glaciation? - M. Rundgren & Ó. Ingólfsson, 1999, Journal of Biogeography, 26, 2,387-396.

Natuur van IJsland Site   English